Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Topsport in Nederland

De Algemene Rekenkamer ziet vier uitdagingen voor grote ambities van het topsportbeleid. Een onderzoek uitgevoerd ter gelegenheid van het afscheid van collegelid Pieter Zevenbergen.

Topsport in Nederland PDF, 7872 kB


Ter gelegenheid van het afscheid, per 1 oktober 2008, van drs. P. Zevenbergen als lid van het college van de Algemene Rekenkamer, hebben we onderzoek gedaan naar de kosten en baten van het Nederlandse topsportbeleid.

Topsportbeleid en topsportklimaat

NOC*NSF is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van topsport - samen met Gehandicaptensport Nederland en de sportbonden. Binnen de rijksoverheid is onder meer het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) betrokken bij topsport. De rijksoverheid voert vanaf 1994 gericht topsportbeleid. Het kabinet ondersteunt de ambitie om Nederland bij de beste tien topsportlanden te laten horen. Bovendien streeft Nederland een olympisch sportklimaat na, dat kan leiden tot een mogelijke kandidaatstelling van Nederland als gastland voor de Olympische en Paralympische Spelen in 2028.

Factoren die als dé pijlers van een succesvol topsportklimaat worden gezien zijn onder meer talentontwikkeling, financiële ondersteuning, begeleiding en trainingsondersteuning voor topsporters. Uit ons onderzoek komt naar voren dat aan het topsportklimaat in Nederland weinig ontbreekt. Alleen het systeem van talentherkenning is in Nederland nog relatief onderontwikkeld.

Omhoog

Kosten van topsport

Topsport kost geld. Jaarlijks geven de sportbonden ongeveer 63 miljoen euro uit aan topsport. Het grootste deel komt van de bonden zelf en de rijksoverheid draagt gemiddeld 7,5 miljoen euro bij. De Lotto is met ongeveer 10 miljoen euro ook een belangrijke financier. Aan paralympische topsport wordt jaarlijks ongeveer 2,5 miljoen euro uitgegeven. De rijksoverheid neemt daarvan 400.000 euro voor haar rekening en De Lotto financiert, met 1,2 miljoen euro, bijna de helft. De Lotto-inkomsten zijn dus belangrijk voor de sport. Maar de totale Lotto-inkomsten voor NOC*NSF zijn de laatste jaren wel gedaald.

Om kosten en opbrengsten in beeld te brengen geven we een indicatie van de prijs van een medaille op de Olympische en Paralympische Spelen in Beijing 2008. We hebben in onze berekening alleen de gelden meegenomen waar de rijksoverheid direct invloed op uitoefent. Private bijdragen (van het bedrijfsleven, maar bijvoorbeeld ook contributies) hebben we buiten beschouwing gelaten. We hebben gekeken naar de bijdragen die in de laatste olympische cyclus jaarlijks gemiddeld zijn verstrekt aan de sportbonden en de sporters die zich konden nomineren voor de Olympische Zomerspelen 2008.

Voor de Olympische Spelen is jaarlijks gemiddeld een bedrag van 17,7 miljoen euro besteed door De Lotto en de rijksoverheid. Nederland heeft zestien medailles gewonnen bij de Olympische Zomerspelen in Beijing. De gemiddelde bijdrage aan een olympische medaille is dus € 1,1 miljoen. In een olympische cyclus van vier jaar, komt dat neer op € 4,4 miljoen per medaille.

Voor paralympische sporters is jaarlijks gemiddeld ongeveer 1,8 miljoen euro uitgetrokken. Nederland heeft 22 medailles gewonnen bij de Paralympische Zomerspelen in Beijing. De gemiddelde jaarlijkse bijdrage van de rijksoverheid en De Lotto aan een paralympische medaille is dus € 81.000. In een paralympische cyclus van vier jaar, komt dat neer op € 324.000 per medaille.

Omhoog

Uitdagingen voor de toekomst

Gezien de topsportambities van Nederland we vier uitdagingen voor de toekomst:

  1. De samenwerking tussen het Ministerie van VWS en NOC*NSF laat zich op dit moment kenmerken als 'subtiel'. Mede kijkend naar de uitgesproken sportambities staan de beide partners ons inziens voor de uitdaging hun samenwerking uit te laten groeien tot een 'robuust samenspel'.
  2. De sportambities van Nederland zijn groot. Wij vragen ons af of de ingezette publieke middelen hiermee proportioneel gezien wel in overeenstemming zijn, gelet op bijvoorbeeld de teruglopende Lotto-inkomsten.
  3. Internationaal richt de georganiseerde sport zich meer en meer op het bedrijfsleven. In een toenemend aantal landen speelt de centrale overheid ook een steeds nadrukkelijker rol. Bij het Ministerie van VWS is geen visie aangetroffen over de verhouding tussen publieke en private middelen. Wij bevelen aan om deze visie alsnog te ontwikkelen vanwege het grote maatschappelijke belang.
  4. Wordt de gehandicaptentopsport wel voldoende in staat gesteld om de achterstand op het gebied van topsportprestaties in te halen? De gehandicaptensport blijkt minder aantrekkelijk voor het bedrijfsleven en is daardoor nog sterker afhankelijk van De Lotto.
Omhoog

Bestuurlijke reacties

De staatssecretaris van VWS, Jet Bussemaker, en de voorzitter van NOC*NSF, Erica Terpstra, hebben positief gereageerd op ons rapport. Het kan helpen bij de voortgang van het Olympisch Plan 2028. Bussemaker beschouwt het rapport als steun voor haar beleid. Terpstra leidt eruit af dat Nederland de topsport en de financiering daarvan serieus neemt.

Omhoog

 

Volledige versie