Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Lissabonstrategie voor duurzame economische groei en werkgelegenheid in Europa

De Algemene Rekenkamer heeft onderzocht hoe het kabinet aan de Europese Commissie en de Tweede Kamer rapporteert over de voortgang van de nationale beleidsinspanningen voor de zogenoemde Lissabonstrategie: het streven van de EU-lidstaten om te komen een kenniseconomie met duurzame groei, innovatie, volledige werkgelegenheid, gezonde overheidsfinanciën en behoud van de natuurlijke omgeving.

Rapport PDF, 1637 kB


De Lissabonstrategie is door de EU uitgewerkt in een groot aantal doelstellingen, waarvan het merendeel niet concreet genoeg is geformu­leerd om achteraf te kunnen vaststellen of ze zijn bereikt. Daardoor is de strategie een minder krachtig instru­ment dan mogelijk was geweest.

Ook Nederland heeft veel beleid onder de noemer van de Lissabon­strategie geschaard waarvan de doelen niet (of niet in voldoende mate) in specifieke en meetbare termen zijn opgeschreven. De wijze waarop Neder­land in zijn jaarlijkse Lissabon­­rapportages over de voortgang van het nationale ‘Lissabonbeleid’ rapporteert, schiet bovendien op verscheidene onder­delen tekort. Dat bevor­dert de effectiviteit van de strategie niet.

Als de EU en Nederland op de genoemde punten verbeteringen zouden weten aan te brengen, kan de nieuwe Lissabon­strategie – die vanaf 2010 gaat gelden – een krachtiger instrument worden. Dat is belangrijk, want de Lissabonstrategie is een kansrijke aanpak om het concurrentievermogen van de EU te vergroten en te komen tot een dynamische kenniseconomie en duurzame economische groei, met meer en betere banen en een hechtere sociale samenhang.

De betrokkenheid van het Nederlandse kabinet bij de Lissabonstrategie is tot op heden beperkt. Voor diverse beleidsterreinen heeft het kabinet lopend beleid onder de paraplu van de Lissabonstrategie geschoven, zonder dat is afgewogen of de realisatie van de Lissabon­doelstellingen op die terreinen ander of extra Nederlands beleid vergt.



In EU-verband zou het kabinet erop moeten aandringen dat de Lissabon­strategie zich vanaf 2010 gaat richten op minder doelen dan nu, en dat de doelen en bijbehorende indicatoren zoveel mogelijk specifiek en meetbaar worden geformuleerd. Ook zou het kabinet in de EU kunnen bepleiten dat voortaan over de Lissabonstrategie op een compac­tere manier door de lidstaten wordt gerapporteerd.

Tegelijkertijd behoeven de Lissabonrapportages een betere kwaliteitsborging. De minister van Economische Zaken (EZ) zou de relevantie en consistentie van de informatie in de Lissabonrapporten systematisch moeten bewaken.

Het kabinet zou voorts moeten bewerkstelligen dat er nu al in EU-verband een moment wordt ingepland waarop de voortgang op en de resultaten van de Lissabonstrategie vanaf 2010 tussentijds zullen worden getoetst.

Ten slotte zou een nieuw kabinet bij het opstellen van een nieuw regeerakkoord en een nieuwe beleidsagenda expliciet moeten nadenken over de vraag in hoeverre er voldoende aansluiting is tussen de te maken afspraken in dat akkoord en de Lissabonstrategie.


Het kabinet staat welwillend tegenover onze aanbevelingen om te komen tot een geringer aantal specifiek en meetbaar geformuleerde doelen en tot een compactere wijze van rapporteren.

Over de kwaliteitsborging rond de Lissabonrapportages en het leggen van een relatie tussen de Lissabonstrategie en een nieuw regeerakkoord heeft de minister van EZ geen toezeggingen gedaan.

Indien de nieuwe Lissabonstrategie wederom een tijdshorizon van tien jaar krijgt, onderschrijft de minister onze aanbeveling om tussentijds op EU-niveau te bezien of bijsturing en/of andere accenten in de strategie nodig zijn.

Meer informatie

 

Volledige versie