Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

EU-trendrapport 2010

Het EU-trendrapport 2010 is de achtste editie van een jaarlijkse rapportage waarin de Algemene Rekenkamer ontwikkelingen in het financieel management van de EU beschrijft. Centraal staat het toezicht en de controle op de besteding van EU-gelden, zowel in Nederland als EU-breed.

EU-trendrapport 2010 PDF, 3005 kB


Onze eerste hoofdconclusie luidt dat in 2009 de verantwoording over de besteding van EU-gelden binnen de lidstaten is verbeterd, zij het in beperkte mate.
Het aantal landen dat een lidstaatverklaring (jaarlijks verantwoordingsdocument over de besteding van Europese gelden) uitbrengt, is gegroeid van drie naar vier. De Europese Commissie heeft het afgelopen jaar geen concrete actie ondernomen om de ontwikkeling van lidstaatverklaringen te bevorderen.
De Nederlandse lidstaatverklaring is iets uitgebreid ten opzichte van vorig jaar en omvat nu ook de opzet van de systemen voor het beheer van structuurfondsgelden.
Alle lidstaten hebben de verplichte ‘annual summaries’ van hun rechtmatigheidscontroles en de verklaringen daarover ingediend. De meeste van deze overzichten zijn helaas niet openbaar. Hierdoor is hun toegevoegde waarde voor transparante publieke verantwoording klein. Nederland maakte zijn ‘annual summary’ wel openbaar. De kwaliteit daarvan laat wat de structuurfondsen betreft te wensen over, mede als gevolg van Europese regels.
Onze tweede hoofdconclusie luidt dat de Europese structuurfondsgelden een zorgenkindje blijven. Het oordeel van de Europese Rekenkamer over de wettigheid en regelmatigheid van de transacties rond deze gelden was opnieuw niet positief.  De foutenpercentages zijn bij veel EU-uitgaven iets afgenomen, maar bij de structuurfondsgelden ging het voor het derde jaar op rij om meer dan 10%.
In Nederland worden bij de uitvoering van EFRO-programma’s (EFRO: Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling) de Europese regels voor melding van onregelmatigheden en voor aanbesteding van diensten verschillend geïnterpreteerd. De aanbestedingsregels worden bovendien niet correct nageleefd.
Onze derde hoofdconclusie luidt dat er maar beperkt zicht bestaat op de mate waarin de doelen van EU-beleid worden bereikt. De Europese Commissie geeft geen volledig overzicht van de resultaten en effecten van het EU-beleid, en de activiteitenverslagen van de directoraten-generaal van de Commissie bevatten hierover ook weinig informatie.
In Nederland is het inzicht in effecten van EU-beleid eveneens beperkt. We zien dit onder andere bij het EU-beleid ter bestrijding van namaakgoederen.
De Nederlandse Douane voert de Europese verordeningen op dit terrein professioneel uit, maar er is weinig zicht op doelrealisatie.


Om de verantwoording en transparantie EU-breed en in de lidstaten te verbeteren bevelen wij het kabinet aan:

  • in de bilaterale contacten met andere lidstaten – dus niet alleen in Brussel – het opstellen van lidstaatverklaringen te bepleiten;
  • de andere EU-lidstaten op te roepen dat zij hun ‘annual summaries’ ook openbaar maken;
  • er in Brussel op aan te dringen aan dat de Raad voor Economische Zaken en Financiën (Ecofin) met een standpunt komt in de discussie over het ‘tolerable risk of error’.

Om de verantwoording en transparantie in Nederland te verbeteren doen wij aanbevelingen aan verschillende ministers:

  • De ministers van EZ en OCW zouden bij de Europese Commissie moeten aandringen op volledige openbaarmaking van informatie over Nederlandse ontvangers van Europese onderzoeks­gelden.
  • De minister van EZ zou haar regie bij de uitvoering van EFRO-programma’s moeten versterken, en moeten toezien op een geharmoniseerde interpretatie van de Europese regels. Samen met de minister van SZW zou zij ervoor moeten zorgen dat aanbestedende diensten die EFRO- of ESF-subsidies ontvangen het aanbestedingsproces conform de wettelijke eisen uitvoeren.
  • De minister van EZ en de Douane zouden in hun jaarverslagen en evaluaties meer inzicht moeten verstrekken in de doelrealisatie van het beleid tegen namaakgoederen.

Het kabinet is het niet eens met onze kritiek op de kwaliteit van de ‘annual summaries’ omdat de Europese Commissie heeft aangegeven dat de Nederlandse overzichten voldoen aan de Europese regelgeving.
Het kabinet laat weten dat de minister van EZ een evaluatie van het EFRO-beheersmodel 2007-2013 in 2010 zal uitvoeren. Ook benadrukt het kabinet dat de ministeries en managementautoriteiten voorlichting en advies geven over de Europese aanbestedingsvoorschriften en samen met de certificerings- en auditautoriteit toezicht houden op de naleving daarvan.
Het kabinet onderschrijft het belang om informatie over Europese projecten en eindbegunstigden openbaar te maken en wijst erop dat de managementautoriteiten hebben voldaan aan de publicatievereisten van de Europese Commissie.
Het kabinet schetst de initiatieven waarmee de ministers van EZ en Financiën bezig zijn om het beperkte inzicht in de effecten van het Europese beleid ter bestrijding van namaakgoederen in Nederland te verbeteren.

Meer informatie

Het EU-trendrapport 2010 is de achtste editie van een jaarlijkse rapportage waarin de Algemene Rekenkamer ontwikkelingen in het financieel management van de EU beschrijft. Centraal staat het toezicht en de controle op de besteding van EU-gelden, zowel in Nederland als EU-breed.


 

Volledige versie