U bevindt zich op: Home › Publicaties › Onderzoeksrapporten
Op verzoek van de Tweede Kamer hebben we onderzoek gedaan naar de besparingsmogelijkheden van een ruimere toepassing van open standaarden en opensourcesoftware bij de rijksoverheid. We hebben ons daarbij gericht op de ministeries en de bijbehorende baten-lastendiensten en op bestaande computerprogramma’s waarvoor in theorie reële open alternatieven beschikbaar zijn. Wij concluderen onder meer dat de mogelijkheden voor de rijksoverheid om geld te besparen door meer gebruik te maken van opensourcesoftware beperkt zijn. Overigens vinden wij dat het benaderen van ICT-vraagstukken puur vanuit de wens kosten te besparen een te beperkt perspectief vormt .
Rapport Open Standaarden en Open Source Software bij de Rijksoverheid
PDF, 1064 kB
Wat de mogelijkheden om over te stappen op open varianten
betreft concluderen wij dat die afhangen van de te bereiken
organisatiedoelen. Pas als die doelen zijn vertaald in een
informatiestrategie en een ICT-strategie zijn keuzes op het terrein
van standaarden en software – en de afweging gesloten versus open –
aan de orde.
Over het vervangingspotentieel concluderen wij dat niet op voorhand
aan te geven is welk deel van de software van ministeries ‘open’
gemaakt kan worden. Het softwarelandschap van een ministerie
bestaat uit een complex geheel met een groot aantal onderdelen, die
via veel verschillende standaarden met elkaar en met de
buitenwereld gegevens uitwisselen. Bovendien ontwikkelt de
softwarewereld zich snel en ontstaan er continu nieuwe versies en
applicaties, open en gesloten en alles daartussen. De overgang van
‘gesloten’ naar ‘open’ zal dan ook niet op een bepaald moment
afgerond zijn. We zien overigens dat ministeries tegenwoordig al
veel gebruikmaken van opensourcesoftware.
Softwarekosten zijn niet rechtstreeks af te leiden uit de
administraties van ministeries. Uit opgaven van de ministeries,
deels op basis van schattingen, hebben wij wel een indicatief beeld
kunnen vormen van de kosten in 2009. De totale ICT-kosten van
ministeries (alle hardware en alle software samen) bedroegen
volgens opgave ongeveer € 2,1 miljard. Hiervan bestond ongeveer €
88 miljoen (ongeveer 4%) uit licentiekosten en ongeveer € 170
miljoen (ongeveer 8%) uit onderhoudskosten voor die software
waarvoor een open alternatief bestaat.
Eventuele besparingen op de softwarekosten van de ministeries
kunnen alleen worden berekend door per concrete situatie
kosten-batenanalyses te maken. In die kosten-batenanalyses moeten
naast de aanschafkosten (waaronder licentiekosten) ook de kosten
voor implementatie, exploitatie (waaronder beheer) en onderhoud
meegewogen worden.
Wat de voor- en nadelen, kansen en risico’s van de introductie van
open technologie betreft concluderen wij dat er vele te noemen
zijn, maar dat ze niet algemeen geldig zijn. De vraag of bepaalde
voor- of nadelen en kansen of risico’s zich in een concrete
situatie voordoen kan alleen worden beantwoord door onderzoek naar
de omstandigheden in die concrete situatie en door specifiek
marktonderzoek naar de voor die situatie beschikbare
softwareproducten en diensten.
Wij bevelen aan geen al te hoge verwachtingen te hebben van de
besparingsmogelijkheden door de inzet van open technologie en om
vooral vanuit strategische doelen te denken. Het benaderen van
ICT-vraagstukken puur vanuit de wens kosten te besparen vormt een
te beperkt perspectief.
Wij bevelen aan een duidelijk onderscheid te maken tussen de
beleidsdoelen voor een efficiëntere bedrijfsvoering van de
ministeries (verantwoordelijkheid van de minister van BZK) en de
beleidsdoelen voor ordening van de softwaremarkt
(verantwoordelijkheid van de minister van EL&I ). Als hiervoor
eenduidige en duidelijk van elkaar te onderscheiden doelen worden
geformuleerd, kunnen de ministers het beleid vormgeven en zich
erover verantwoorden.
In het proces van strategische besluitvorming dient de chief
information officer (CIO) van het Rijk samen met de departementale
CIO´s een sleutelrol te krijgen. Hij dient bevoegdheden te krijgen
om een consistente ICT-aanpak bij ministeries te bevorderen,
waarbij rekening wordt gehouden met departementspecifieke
ICT-behoeften.
Wij bevelen de minister van BZK, die het ICT-beleid voor de
rijksoverheid coördineert, aan na te gaan in hoeverre ministeries
hun softwarekeuzes maken op basis van strategische doelstellingen
en daar criteria voor te expliciteren die periodiek tegen het licht
gehouden worden. Ook bevelen wij de minister aan ervoor te zorgen
dat alle ministeries medio 2012 aan deze criteria voldoen en de
Tweede Kamer regelmatig over de voortgang te informeren.
De minister van BZK heeft op 9 maart 2011 mede namens de
minister van EL&I gereageerd op ons rapport. Hij stemt in met
onze conclusies, met enkele kanttekeningen. Zo geeft hij onder meer
aan dat alle ministeries sinds 2009 een informatiestrategie en een
daaruit afgeleide ICT-strategie hebben. Ook merkt hij op dat het
per organisatie wel degelijk mogelijk is om aan te geven welke
gesloten toepassingen vervangen kunnen worden door open varianten.
Wat onze aanbevelingen betreft geeft de minister aan te zullen
overleggen met de minister van EL&I over hoe de beleidsdoelen
voor bedrijfsvoering en marktordening in de toekomst scherper
onderscheiden kunnen worden. De minister schrijft ook dat de
positie van de CIO Rijk en de departementale CIO’s onlangs
versterkt is.
Reactie |
15-03-2011
|
PDF, 775 kb
|
Open standaarden en opensourcesoftware bij de rijksoverheid
Standaarden zijn afspraken over de vorm waarin gegevens worden
uitgewisseld. Enkele voorbeelden zijn afspraken over de betekenis
van gegevens en afspraken over de wijze van transport van de
gegevens. Naast standaarden die zijn vastgesteld door een
leverancier en die uitsluitend mogen worden gebruikt met
toestemming van de leverancier (gesloten standaarden) bestaan er
ook open standaarden die iedereen vrijelijk mag gebruiken.
Opensourcesoftware zijn computerprogramma’s waarvan de gebruiker de
broncode kan inzien en veranderen. Dit in tegenstelling tot
gesloten (proprietary) software, waarbij de gebruiker niet het
recht op inzage van de broncode heeft en voor aanpassingen van de
software en koppelingen naar andere computerprogramma’s gebonden is
aan de originele leverancier.
De Tweede Kamer vraagt zich af of de afbouw van gesloten
standaarden en de introductie van opensourcesoftware bij de
overheid mogelijkheden biedt voor betere marktwerking en voor
kostenbesparingen. Ze heeft de Algemene Rekenkamer in mei 2010
verzocht na te gaan:
|
PDF, 304 kb
|
Open standaarden en opensourcesoftware bij de rijksoverheid
Kamervragen |
15-06-2011
|
PDF, 1691 kb
|
Open standaarden en opensourcesoftware bij de rijksoverheid
Nieuwsbericht | 15-03-2011 | Open standaarden en opensourcesoftware bij de rijksoverheid, ICT
Ministeries gebruiken vaak al open ICT-technologie
Persbericht | 15-03-2011 | Open standaarden en opensourcesoftware bij de rijksoverheid
De mogelijkheden voor de rijksoverheid om te besparen door meer gebruik te maken van open ICT-technologie (open standaarden en opensource-software) zijn beperkt. Het Rijk maakt al veel gebruik van open software. Open software is niet gratis, al zijn er geen licentiekosten. Met invoering, exploitatie (zoals beheer van updates) en onderhoud zijn ook bij open technologie kosten gemoeid. Softwareaanschafkosten, en daarbinnen de licentiekosten, vormen een beperkt deel van de ongeveer € 2,1 miljard die alle ministeries aangeven tezamen in 2009 aan ICT-kosten te hebben gemaakt. Strategische rijksdoelen dienen volgens de Algemene Rekenkamer de inzet van ICT te bepalen. Besluiten over software alleen benaderen vanuit het oogmerk kosten te besparen, is een te beperkt perspectief.
Rapport |
15-03-2011
|
PDF, 1064 kb
|
Open standaarden en opensourcesoftware bij de rijksoverheid
Reactie |
15-03-2011
|
PDF, 775 kb
|
Open standaarden en opensourcesoftware bij de rijksoverheid
15-03-2011 |
PDF, 1064 kB