Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten

Staatsbalans: zicht op staatsvermogen

Op 20 mei 2010 heeft de Tweede Kamer de Algemene Rekenkamer verzocht voortaan de volledigheid en juistheid van de Staatsbalans te toetsen. In dit rapport hebben we om te beginnen de (totstandkoming van de) huidige Staatsbalans in beeld gebracht. Als we dat vergelijken met algemeen (internationaal) aanvaarde verslaggevingsregels vallen een aantal zaken op die we onder de aandacht brengen in de vorm van «observaties». Deze observaties kunnen aanleiding zijn voor de Tweede Kamer om een aantal voorwaarden te stellen aan de Staatsbalans en aan de jaarlijkse controle ervan. Naar aanleiding van onze observaties doen we enkele aanbevelingen, zowel voor de korte termijn als voor de lange termijn.

Rapport Staatsbalans: zicht op staatsvermogen PDF, 2003 kB


  1. In de wetgeving is een aantal zaken niet vastgelegd over de Staatsbalans.
  2. Het is niet inzichtelijk hoe de Staatsbalans zich verhoudt tot andere informatie uit het Financieel Jaarverslag van het Rijk zoals de Saldibalans van het Rijk en de kernvariabelen van het Europese en Nederlandse begrotingsbeleid: de EMU-schuld en het EMU-saldo.
  3. Volgens internationaal algemeen aanvaarde normen worden twee hoofddoelen onderscheiden voor externe financiële verslaggeving in de publieke sector: de verantwoordingsfunctie en de informatie- of besluitvormingsfunctie. In Nederland wordt verschillend aangekeken tegen het doel van de Staatsbalans.
  4. De beperkte reikwijdte van de Staatsbalans (alleen de Staat der Nederlanden, geen publieke diensten en instellingen) heeft gevolgen voor de omvang van het staatsvermogen op de Staatsbalans.
  5. De vakdepartementen zijn volgens het Ministerie van Financiën in principe verantwoordelijk voor cijfers die zij aanleveren. De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het opstellen van de Staatsbalans.
  6. De balanspost ‘Voorzieningen’ komt niet voor op de Staatsbalans. De andere balansposten die volgens internationale richtlijnen (IPSAS) minimaal vereist zijn op een balans voor de publieke sector worden wel afgedekt.
  7. Het is onbekend wat de gevolgen voor de Staatsbalans zijn van de herziening van de waarderingsgrondslag in 2014 (introductie van ESR2010).
  8. Het staatsvermogen kan door veranderingen in de «berekeningstechniek» significant toenemen op dezelfde balansdatum.
  9. Een toets op de kwaliteit van de cijfers uit diverse informatiebronnen ontbreekt in de totstandkomingsprocedure van de Staatsbalans.

Voor de korte termijn bevelen wij de Tweede Kamer en het Ministerie van Financiën aan om aan de hand van vijf van de negen observaties uit hoofdstuk 3 de totstandkoming van de huidige Staatsbalans te verbeteren:

  • Zorg ervoor dat het wettelijk kader voor de (controle op) Staatsbalans toereikend is. Indien de Staatsbalans wordt beschouwd als een verantwoordingsdocument, dient de controle ervan door de departementale auditdiensten en de Algemene Rekenkamer wettelijk te zijn geregeld (observatie 1).
  • Maak in de toelichting duidelijk hoe de Staatsbalans zich verhoudt tot de andere informatie uit het Financieel Jaarverslag van het Rijk (observatie 2).
  • Zorg dat er in de toelichting op de Staatsbalans informatie wordt opgenomen over zaken waarmee de overheid een substantieel financieel risico loopt en die beleidsmatig relevant zijn (zoals «voorzieningen» en in het verleden «garanties» (observatie 6).
  • Zorg voor een Staatsbalans waarvan de informatie voor de totstandkoming van de Staatsbalans, die uit diverse bronnen wordt aangeleverd, systematisch en zichtbaar wordt gecontroleerd. Deze controle kan plaatsvinden door de aanleverende departementen (afdelingen FEZ en de auditdiensten) en door het Ministerie van Financiën (observatie 5 en 9).

Voor de langere termijn bevelen we de Tweede Kamer en de minister van Financiën aan om een aantal keuzes te maken over de inhoud en samenstelling van de posten op de Staatsbalans. De vragen die daarbij volgens ons aan bod zouden moeten komen vloeien voor uit observatie 4, 7 en 8:

  • Wat is de gewenste reikwijdte van de Staatsbalans?
  • Is de Tweede Kamer het eens met de door het Ministerie van Financiën gekozen waarderingsgrondslag voor de Staatsbalans (ESR95)?
  • Welke betekenis kan er gehecht worden aan het staatsvermogen zoals dat is weergegeven op de Staatsbalans? Hoe kan de Staatsbalans een begrijpelijk, relevant, betrouwbaar en vergelijkbaar inzicht geven in de vermogenspositie van de Staat?

De minister van Financiën heeft op 29 april 2011 gereageerd op ons rapport. De minister van Financiën geeft aan dat hij met ons het belang deelt om een bredere discussie te starten met de Algemene Rekenkamer en de Tweede Kamer over informatievoorziening aan de Tweede Kamer over de overheidsfinanciën. Hij wil daarbij de rol van de Staatsbalans in het bijzonder aan de orde stellen.
De minister van Financiën geeft aan dat de Staatsbalans momenteel deel uit maakt van de informatievoorziening die bedoeld is om inzicht te bieden in de overheidsfinanciën. De Tweede Kamer wordt op diverse manieren en via verschillende instrumenten regulier geïnformeerd over de ontwikkeling van de overheidsfinanciën. De toegevoegde waarde van de Staatsbalans in deze informatievoorziening is volgens de minister van Financiën zeer beperkt. Om deze reden is volgens hem twintig jaar geleden afschaffing van de Staatsbalans al aan de orde geweest. Het streven van dit kabinet naar een compacte Rijksdienst vormt een extra aanleiding om te bezien hoe de beschikbare capaciteit het beste kan worden ingezet om de Tweede Kamer van adequate informatie te voorzien.

Meer informatie

De Staatsbalans is een van de instrumenten waarmee de Nederlandse overheid inzicht geeft in de vermogenspositie van de Staat en daarmee in de resultaten van haar financiële beleid. De Staatsbalans is geen onderwerp van de jaarlijkse controle van de Algemene Rekenkamer volgens de Comptabiliteitswet (CW) 2001.
Op 20 mei 2010 heeft de Tweede Kamer ons verzocht voortaan de volledigheid en juistheid van de Staatsbalans te toetsen en hierover in de toekomst te rapporteren in ons rapport bij het Financieel Jaarverslag Rijk.
Wij hebben in dit rapport de (totstandkoming van de) huidige Staatsbalans in beeld gebracht en in het perspectief geplaatst van algemeen (internationaal) aanvaarde verslaggevingsregels en overige relevante inzichten. Na publicatie van het rapport willen wij een gesprek faciliteren over de Staatsbalans met en tussen de belangrijkste betrokken spelers: de Tweede Kamer, het Ministerie van Financiën en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Wij streven ernaar om met dit gesprek tot een duidelijk beeld te komen over de informatiebehoefte bij de Tweede Kamer en de rol die de Staatsbalans kan spelen in de informatiepositie van de Tweede Kamer. De keuzes die naar aanleiding van deze aanbevelingen op de korte termijn worden gemaakt zijn van belang voor de vraag of, en zo ja hoe, de Algemene Rekenkamer in de toekomst de juistheid en volledigheid van de Staatsbalans en de daarin opgenomen posten kan toetsen.


 

Volledige versie