Direct naar (in deze pagina): inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home Publicaties Onderzoeksrapporten Toezicht van DNB op de stabiliteit van banken

Toezicht van DNB op de stabiliteit van banken

De Algemene Rekenkamer heeft onderzocht hoe De Nederlandsche Bank (DNB) toezicht houdt op de stabiliteit van banken. Het eerste deel van dit onderzoek hebben we verricht in 2009. Toen hebben we gekeken hoe het systeem van toezicht is opgezet. In het tweede deel wilden we eigenlijk een beeld geven van de manier waarop DNB het toezicht uitvoert. Maar dat bleek onmogelijk omdat we geen toegang kregen tot de toezichtdossiers van DNB. Daardoor hebben we alleen kunnen kijken naar de waarborgen voor goed toezicht die DNB in haar werkwijze heeft aangebracht.

Rapport Toezicht van DNB op de stabiliteit van banken PDF, 684 kB


Verbeteracties bij DNB naar aanleiding van kredietcrisis
DNB heeft sinds 2009 vorderingen gemaakt met de verbetering van de opzet van haar toezicht op banken. Zo heeft DNB de lessen uit de kredietcrisis verwerkt in haar toezichtvisie. Er moet voortaan meer aandacht uitgaan naar het gedrag en de cultuur van financiële instel­lingen en ook naar hun bedrijfs­model en strategie.
Tegelijk met deze nieuwe benade­ring heeft DNB de manier waarop zij risico’s analyseert aangepast. Daarin zullen eventuele bedreigingen in de externe omgeving van een financiële instelling (of groep van instellingen) het vertrekpunt vormen van de analyse.
Helaas kunnen wij niet nagaan of DNB de nieuwe aanpak van de risicoanalyse (volledig) implementeert en of de nieuwe aanpak effectief is. Daarvoor hebben wij inzage nodig in toezicht­vertrouwelijke informatie.
DNB heeft naar aanleiding van de kredietcrisis ook de eigen cultuur en werkwijze kritisch onder de loep genomen. Er is een ‘plan van aanpak cultuurverandering’ opgesteld waarin diverse organisatorische en personele maatregelen zijn opgenomen.

Reikwijdte toezicht DNB op banken onduidelijk
Ofschoon er dus al het nodige is gebeurd, zijn er nog verbeterpunten. Het belangrijkste verbeterpunt betreft de onduidelijkheid over de vraag of DNB risico’s die zij waarneemt op macro-economisch niveau, kan vertalen naar maatregelen bij individuele banken. Mag DNB bijvoorbeeld van een individuele bank eisen dat deze, gegeven de internationale economische omstandigheden, een grotere kapitaalbuffer aanhoudt? Doordat de Wet financieel toezicht en de Bankwet 1998 hierover geen duidelijke uitspraak doen, worden keuzes hierover in feite overgelaten aan DNB. Wij hebben de indruk dat DNB zich terughoudend en voorzichtig opstelt en bij de uitoefening van het toezicht kiest voor een ‘veilige’ interpretatie van de wet.
Hoewel sinds het begin van de kredietcrisis al duidelijk is dat macro-economische risico’s grote invloed kunnen hebben op de stabiliteit van individuele banken, hebben DNB en de minister van Financiën tot op heden geen stappen gezet om de wettelijke omschrijving van de toezichttaken van DNB op dit punt te verhelderen.

Toezicht op DNB door minister van Financiën nog onvoldoende
De minister van Financiën houdt nog niet op alle punten voldoende toezicht op DNB. Onduidelijk is bijvoorbeeld op welke waarborgen voor goed toezicht de minister DNB beoordeelt en wanneer de minister vindt dat DNB goed functioneert.
Een probleem is verder dat de deskundigheid op het gebied van toezicht binnen het Ministerie van Financiën schaars is. Het ministerie heeft daardoor onvoldoende  toezichtcapaciteit in huis.
Verder zien we een risico voor de onafhankelijkheid van het toezicht dat DNB uitoefent op de banken. De minister wenst namelijk zelf beleidsregels te kunnen vaststellen, waarin hij bijvoorbeeld DNB kan verzoeken om meer aandacht te besteden aan een bepaald toezichtterrein.

 

 


Wij bevelen de minister en DNB aan om met spoed de wettelijke omschrijving van de toezichttaken van DNB te verduidelijken, zodat DNB tegen alle belangrijke risico’s kan optreden. Wij bevelen DNB aan om haar nieuwe aanpak van de risicoanalyse binnen twee jaar te (laten) evalueren. Wij bevelen de minister van Financiën aan zijn visie op het toezicht op DNB nader uit te werken. Wij vinden dat de minister jaarlijks aan de Tweede Kamer verantwoording zou moeten afleggen over zijn toezicht. Deze verantwoording zou hij moeten voorzien van een onderbouwd oordeel over het functioneren van DNB.


Zowel de minister van Financiën als DNB blijven van mening dat wij wettelijk gezien geen toegang hebben tot individuele toezichtdossiers.

De minister zegt toe dat hij in het najaar van 2011 in zijn ‘beleids- en wetgevingsbrief’ zal aangeven hoe het mandaat van DNB verder wordt vormgegeven.
De minister vertrouwt voor zijn toezicht in belangrijke mate op de raad van commissarissen als interne toezichthouder bij DNB. Hij heeft een wetsvoorstel ingediend om de rol van de raad van commissarissen te versterken.

DNB kan zich vinden in onze conclusie dat er onvoldoende duidelijkheid bestaat over de mogelijkheden die ze heeft om macro-economische risico’s kenbaar te maken. DNB is het echter niet eens met onze conclusie dat deze onduidelijkheid een vertaling van risico’s op macro-economisch niveau naar het toezicht op individuele instellingen in de weg zou kunnen staan.
DNB neemt onze aanbeveling over om meer inzicht te geven in prestaties en effecten van het eigen toezicht. 

In ons nawoord constateren wij dat de minister in zijn ‘beleids- en wetgevings­brief’ de toegezegde nadere vormgeving van het mandaat van DNB niet heeft opgenomen. Wij herhalen dat op korte termijn het mandaat en de bevoegdheden van DNB moeten worden verhelderd.
Wat de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de raad van commissarissen en de minister van Financiën betreft vinden wij het vooral van belang dat de minister in staat zal zijn zich tegenover de Tweede Kamer te verantwoorden over zijn éigen verantwoordelijkheid.

Meer informatie

 

Volledige versie